Skip Ribbon Commands
Skip to main content

Résultat de recherche d'images pour "home picture"

I.2. TDI in België                                                             
I.3.1. Geschiedenis
Verscheidene actoren hadden eerder al op eigen initiatief de moeite genomen om de behandelingsaanvragen op lokaal niveau te registreren. Aan de hand daarvan zijn gedetailleerde rapporten opgesteld en is een grote praktische kennis verworven. De belangrijkste actoren die betrokken zijn bij deze registraties zijn:
·    Het systeem Sentinelle de Charleroi, dat sinds 1995 de contacten van druggebruikers met de behandelingsdiensten of een huisarts heeft geregistreerd. Dit systeem was het resultaat van het werk van de Coordination Drogue van de stad Charleroi.
·    In Brussel heeft het CTB (concertation toxicomanie Bruxelles) in 1996 een IT-tool ontwikkeld (ADDIBRU) waarmee patiënten konden worden geregistreerd die in de gespecialiseerde diensten in observatie waren. Deze registratie werd overgenomen en aangepast door het Overlegplatform Geestelijke Gezondheidszorg Gebied Brussel-Hoofdstad.
·    De Sleutel is een netwerk is van centra gespecialiseerd in de behandeling van verslaving, vooral in Vlaanderen maar ook in Brussel en Wallonië, onder de koepel van de Broeders van Liefde. Zij registreerden deze informatie ook via zijn eigen registratiesysteem.
·    Sinds 2000 staat Eurotox asbl in voor de verzameling van gegevens over druggebruik in de Franse Gemeenschap. De TDI werd toen op papier vastgelegd in het Waals Gewest en de resultaten werden gepubliceerd in de verschillende jaarverslagen.
·    De registratie van de behandelingsaanvraag in de revalidatiecentra voor verslaafden in Vlaanderen (VVBV) begon in 1988 en heeft verscheidene analyserapporten voortgebracht. In 1998 werd het registratiesysteem geautomatiseerd onder de naam DARTS.
·    Sinds 1996 is de MPG (minimale psychiatrische gegevens) een systeem dat de diagnoses in psychiatrische ziekenhuizen of psychiatrische eenheden in algemene ziekenhuizen registreert. Het systeem wordt beheerd door de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid en is niet specifiek voor problemen in verband met middelengebruik.
·    Sinds 2000 zijn de geestelijke gezondheidszorgcentra in Vlaanderen ook verplicht om deel te nemen aan een gestandaardiseerde geautomatiseerde registratie voor het Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid. Deze vragenlijst is niet gespecialiseerd in verslavingsproblemen.
·    In het kader van haar revalidatieconventies, die in 1980 begonnen zijn, volgt het RIZIV ook de evolutie van de behandelingsaanvragen op nationaal niveau. Het RIZIV heeft regelmatig gedetailleerde rapporten gepubliceerd over de diensten voor geconventioneerde zorgverstrekking.
Het was echter niet mogelijk om deze gegevens op een gestandaardiseerde wijze op nationaal niveau te verzamelen, om aan de eisen van Europa te voldoen.
De noodzaak om deze registraties te coördineren op nationaal niveau werd benadrukt door alle ministers van Volksgezondheid in 2006 en heeft geleid tot een nationaal protocol. Op 1 januari 2011 werden het Belgische TDI-protocol en het nieuwe registratiesysteem gelanceerd in de verschillende deelnemende centra.
 
I.3.2. Juridische aspecten
v2.pngHet akkoordprotocol, dat op 12 december 2005 tijdens de Interministeriële Conferentie werd ondertekend door alle ministers van Volksgezondheid, legde de basis voor de registratie van behandelingsaanvragen via de operationalisering van de Europese Treatment Demand Indicator, versie 2.0.
v3.pngOmdat het Belgische protocol niet meer in overeenstemming was met de nieuwe versie van het Europese protocol, werd een nieuw akkoordprotocol ondertekend op 30 september 2013. Daarin werden de geregistreerde variabelen en de casusdefinities aangepast.
isp.gifHet Belgisch Waarnemingscentrum voor Drugs en Drugsverslaving (BMCDDA), werkzaam binnen het Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid (WIV-ISP), is als nationaal aanspreekpunt verantwoordelijk voor inzameling van de Belgische TDI-gegevens. Vervolgens moet het WIV deze informatie jaarlijks in de vorm van een standaardtabel aan het EMCDDA bezorgen.
cpvp.pngBij de ontwikkeling van de gegevensregistratiesystemen werd het advies gevraagd van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer over het project in het algemeen binnen het Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid (deliberatie 10/079 van 16/11/2010). De commissie constateert dat de uitwisseling van gegevens in overeenstemming is met de wettelijke en reglementaire voorschriften met betrekking tot de bescherming van de privacy. Daarnaast was het gebruik van het socialezekerheidsnummer voor de identificatie van de patiënten in de database het onderwerp van een aanvraag bij het sectoraal comité van het Rijksregister (deliberatie 01/2011 van 26/01/2011). Het comité machtigt het WIV-ISP om het identificatienummer van het Rijksregister te gebruiken.
eh.gifHet WIV-ISP koos het eHealth-platform als een betrouwbare derde partij voor het coderen en anonimiseren van gegevens. Dat is een openbare instelling die een oplossing faciliteert en aanbiedt voor de uitwisseling van elektronische gegevens tussen de actoren in de gezondheidszorg. Ze garandeert dus de beveiliging van informatie, het respect voor de privacy van de patiënt en de zorgverlener, en het respect voor het medisch beroepsgeheim.
 I.3.3. Bestuursorgaan
De vorming van een bestuursorgaan dat ervoor moet zorgen dat de realisatie van het project binnen de vastgestelde voorschriften gebeurt, werd vanaf de start van het project in 2011 ingevoerd, maar de samenstelling ervan is vastgelegd in het protocolakkoord 2013. Dit orgaan, CoCoTDI genoemd (CoördinatieComité TDI-Register), zetelt 3 tot 4 keer per jaar.
Dit comité bestaat uit 22 leden, die als volgt zijn verdeeld:
·         6 vertegenwoordigers van de verschillende bevoegde overheidsdiensten (FOD Volksgezondheid - Direction générale Soins de Santé; Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid; Direction des Soins Ambulatoires – Service Public de Wallonie, Federatie Wallonië-Brussel - Volksgezondheid, College van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest; de Duitstalige Gemeenschap)
·         8 vertegenwoordigers van behandelingscentra (1 vertegenwoordiger van de centra voor geestelijke gezondheidszorg in Vlaanderen; 1 vertegenwoordiger van de VVBV; 2 vertegenwoordigers benoemd door de Fédito Wallonne; 2 vertegenwoordigers benoemd door het Overlegplatform Geestelijke Gezondheidszorg Gebied Brussel-Hoofdstad; 2 vertegenwoordigers van de ziekenhuizen benoemd door de FOD Volksgezondheid)
·         3 vertegenwoordigers van de regionale focal points (Eurotox; VAD; Overlegplatform Geestelijke Gezondheidszorg Gebied Brussel-Hoofdstad)
·         1 vertegenwoordiger van het RIZIV
·         Een vertegenwoordiger van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer
·         Een vertegenwoordiger van de FOD Justitie, de dienst Penitentiaire Gezondheidszorg
·         2 vertegenwoordigers van het WIV-ISP (voorzitter en secretariaat)
 
I.3.4. Ontwikkelde tools
Het WIV-ISP heeft verschillende tools ontwikkeld om de informatie, de registratie en de rapportage van gegevens in het kader van de TDI te bevorderen.
Informatietools
- De website http://tdi.wiv-isp.be levert de nodige informatie voor een goed begrip van het project, de uitvoering ervan en de verspreiding van de verkregen resultaten. De site bevat ook alle verkregen officiële documenten, die het project motiveren.
Hulpmiddelen voor de registratie van gegevens
- De online registratiemodule is een online programma waarmee centra die dat willen een veilige verbinding kunnen maken en hun patiënten in een aangepast formulier kunnen coderen. Dit systeem maakt gebruik van de functies voor het anonimiseren van de persoonsgegevens van de patiënten, ontwikkeld door het eHealth-platform.
- De module voor de verzending van gegevens in batches biedt de mogelijkheid om centra die al over een systeem van patiëntenregistratie beschikken dat is aangepast aan de eisen van de TDI, hun gegevens te laten verzenden in batches via een beveiligde mailbox. Bovendien kunnen de gegevens hiermee gegroepeerd geanonimiseerd worden met behulp van de diensten van het eHealth-platform.
Hulpmiddelen voor de rapportering van gegevens
- De rapporteringsmodule produceert rapporten over de gelijktijdig en veilig gecodeerde gegevens. Bovendien kunnen de centra zichzelf hiermee vergelijken ten opzichte van de gegevens van andere behandelingscentra van hetzelfde type die aan de registratie hebben deelgenomen.